De Thai hebben geluk. In hun land groeit alles wat een mens nodig heeft: rijst, koffie en thee, ongekende variëteiten aan groenten en de meest vreemde en kleurrijke soorten fruit. Mango, banaan, papaja, watermeloen of ananas ken je wel. Maar heb je weleens jackfruit, ramboetan, suikerappel, durian, drakenvrucht, mangistan of rozenappel geproefd?

Fruit wordt overal op straat verkocht. Meestal kost het je maar een paar kwartjes. Verse ananas of mango (wil je zuur of zoet?), rozenappel (of elk ander fruit van het seizoen) wordt — indien nodig — ter plekke voor je geschild en in hapklare stukjes gesneden. Hup, in een zakje en een prikker erbij. Bij zuurder fruit krijg je vaak een zakje met een mengsel van zout en chilipoeder.

Anderen geven de voorkeur aan een zoete vissaus bij onrijpe mango en we kennen ook Thai die houden van een droog mengsel van vis, uien en suiker bij hun watermeloen. Thai houden ervan als de smaken op het palet strijden om voorrang en steken ze het liefst in brand.

Fruit wordt door Thai voornamelijk als snack gegeten. Als lunch, als dessert na het eten, of gewoon tussendoor. Gelukkig wordt fruit ook perfect verwerkt in Thaise gerechten. Neem kleefrijst met mango, zonder twijfel de meest geprezen zoete lekkernij van Thailand. En wat dacht je van verse ananas in een zoetzure roerbak met kip? Smullen maar!