De rozenappel lijkt eigenlijk een beetje op een peer. En ze smaken meer naar watermeloen dan naar appel. De vrucht heeft niets te maken met rozen of appels. Ze hebben ongeveer de grootte van een appel en zijn vaak rood, maar daar houden de gelijkenissen wel op.
Ook hier maakt het niet uit hoe je eruitziet, want rozenappels zijn lekker en fris. Je ziet ze veel in Thailand, waar ze chompoe worden genoemd, maar ze komen waarschijnlijk oorspronkelijk uit Maleisië.
Ze zijn groen en een beetje paars, maar meestal zie je de rode variant. De rozenappel, die maar een klein beetje naar appel smaakt, bevat 90% water en smaakt een beetje zuur en zoet. Je eet ze met schil en al. De nasmaak is een beetje bitter.
Daarom strooien Thai er soms wat suiker overheen, wat de meeste Nederlanders te zoet zullen vinden. Meestal zie je rozenappels alleen in de gebieden waar ze groeien. Omdat ze heel snel rijpen en een erg dunne schil hebben, raken ze snel beschadigd en zijn ze daarom lastig over lange afstanden te vervoeren. Meestal, zeggen we, want wie goed zoekt, kan ze ook in Europa vinden.