Deze kleurrijke vrucht ziet er een beetje ongenaakbaar uit, als een stekelvarken dat zijn stekels opzet om zichzelf te beschermen. In Thailand groeien ze in de zomermaanden in overvloed en noemen ze het ngoh. Wij kennen het als ramboetan, wat uit het Maleisisch komt en 'harig' betekent.
Het is eigenlijk een goede naam en je kunt ook zeggen dat het een harige lychee is. Ze hebben allebei een grote pit met zoet wit vruchtvlees eromheen. De ramboetan bereikte delen van Europa via Indonesië, maar het is ook aannemelijk dat Europeanen honderd jaar geleden in Zuid-Amerika de vrucht ook al tegenkwamen. Tegenwoordig komt de meeste ramboetan uit Thailand, dat de grootste producent van de vrucht is geworden.
Wanneer het seizoen voor ngoh daar aanbreekt, hoor je de boeren op straat op hun open vrachtwagens hun vers geplukte fruit aanbieden via luidsprekers. Allemaal leuk en aardig, denk je misschien, maar hoe eet ik dat ding? Simpel: houd hem met twee handen vast en scheur met één hand de schil van de ramboetan in het midden rustig open. Bijt niet te gretig, we zeiden het al, ze hebben nogal wat pit.