In de rustigere wijken van Bangkok of op het platteland vind je kleine winkeltjes die alleen gekookte rijst verkopen. Jong en oud sluiten aan voor een zakje, genoeg als basis voor een maaltijd. Verderop worden wat vlees, groenten of gewoon een saus met wat pepers en kruiden toegevoegd voor de smaak. Die rijst is altijd het begin.
Rijst is de belangrijkste basis voor een maaltijd, niet alleen in Thailand (dat ook een van de grootste rijstexporteurs ter wereld is), maar ook voor alle andere landen in Oost- en Zuidoost-Azië.
Thaise kinderen leren om met respect met hun eten om te gaan, vooral met hun rijst. Er wordt hen verteld niet meer op te scheppen dan ze daadwerkelijk kunnen eten en geen rijst van hun lepel op de grond te morsen of te laten vallen. Dan wordt Mae Phosop boos, de rijstgodin, ook wel de moeder van de rijst genoemd. En dat wil niemand. Sinds mensenheugenis wordt geloofd dat zij zorgt voor een goede oogst. Volgens de traditie bedanken de kinderen na een maaltijd de rijstmoeder met een wai, de eerbiedige Thaise groet.
Rijst is een graansoort (en granen zijn de zaden van grassen, dus rijst is eigenlijk een gras) en is makkelijk te verbouwen in een omgeving waar het lekker warm en vochtig is. Dat verklaart waarom verreweg de meeste rijst uit Azië komt. Rijst is sterk en groeit erg snel, sneller dan bijvoorbeeld onkruid. Rijstboeren oogsten drie keer per jaar als alles goed gaat. Het groeit op plekken waar andere gewassen geen schijn van kans maken, op berghellingen en zelfs in moerassen.
We kennen allemaal de prachtige plaatjes van Thaise, Vietnamese en Indonesische rijstvelden, soms zelfs als terrassen tegen een berghelling opgestapeld. Om rijst te verbouwen wordt een dijkje van zand en modder gebouwd, een stuk land dat onder water wordt gezet of door de regen overstroomt. Pas als het lekker modderig is, worden de zaden geplant. Wanneer ze volgroeid zijn, wordt het water afgevoerd en kan de rijst worden geoogst. De boeren halen de rijstkorrels van de planten (dit heet dorsen) en een niet-eetbaar omhulsel, het kaf, wordt verwijderd. Dan heb je zilvervliesrijst. Als ook het vezelrijke vliesje (zemelen) dat de rijst omringt wordt verwijderd, krijg je de witte rijst die we zo goed kennen.
Zilvervliesrijst is gezond omdat het een volkorenproduct is, maar met gewone witte rijst is ook niets mis. Het bevat koolhydraten, maar vrijwel geen vetten, suikers of zout. En ze bevatten veel goede mineralen (kalium en fosfor), vitaminen (B) en ook best wat eiwitten.
Er zijn vele duizenden soorten rijst. De ene (door de hoeveelheid zetmeel) is beter geschikt als droge korrel, de andere perfect voor kleefrijst. Wij houden van jasmijnrijst, die oorspronkelijk uit Thailand komt. De rijst heeft een lange korrel, een mooie witte kleur en een beetje een zoete geur. Het wordt in Thailand witte jasmijnrijst genoemd omdat de witte kleur doet denken aan de bloem.
Kijk maar eens goed als je door de straten van Thailand loopt. Op menig rustig plekje zitten mensen te eten. Een handje rijst uit het zakje wordt in de saus van vlees en groenten gedoopt en vervolgens opgegeten. Het is goedkoop en toch lekker. Ook al is deze maaltijd eenvoudig, zonder de rijst kan het niet.

